Jaloezie

Er komen een vriendje en een vriendinnetje van Fianne spelen. Als ze binnenkomen, stuift Fianne naar de voordeur, zo blij. Ze nodigt de twee direct uit om boven te spelen en dat doen ze. Het jongetje komt op de trap nog even bij me informeren ‘waar dat grote jongetje is’. Die is met zijn vader weg.

Dan komt het grote jongetje thuis. Het kleine jongetje is helemaal weg van het grote dus hij verlaat de bovenverdieping en komt naar beneden. Tygo kan erg goed met kleine kinderen omgaan, ook al begrijpt hij ze niet altijd. Het kleine en grote jongetje gaan meteen spelen met de Kapla. Zusje komt nieuwsgierig beneden om te kijken waar haar broertje is gebleven en sluit aan bij het spel met de plankjes. Ik zie Fianne naar beneden komen, ze kijkt en ze wordt gepakt. Haar gezicht verfrommelt tot een oude krant en uit haar oren komt stoom. Ze daalt de trap af. ‘Dit wordt oorlog’, zie ik.

Meteen handelen
Ik zie hoe de negativiteit in Fianne oprijst en haar aanstuurt. Ze heft een beetje, bijna onzichtbaar, haar voet op richting het bouwwerk in ontwikkeling. Ik ben meteen bij haar en til haar op en neem haar mee naar de keuken waar ik pannenkoeken sta te bakken. Ze spartelt tegen. Ik spreek haar kalm en met rustige kracht aan. ‘Wilde je de toren om schoppen?’ kom ik meteen ter zake. ‘Ja, want ik wil met de kinderen boven spelen.’ Ik ben verrast over haar helderheid. ‘Ik zie dat je rot gevoelens in je lijf hebt. Je voelt je nu ongelukkig, he?’ Ze knikt. ‘Dan gaan we daar eerst wat aan doen. Daarna gaan we met de kinderen praten.’

Ontspanning brengen in het lichaam
‘Ik heb je nu vast. Hoe voelt dat?’
‘Fijn maar Tygo is stom’.
Ze is jaloers en boos op Tygo. Die pakt zomaar haar speelkameraadjes af. En ze heeft er geen effectieve reactie op omdat ze daar nog te onervaren voor is maar nog meer omdat haar mind er meteen boven springt. De mind geeft altijd een ander de schuld.

Ik ga over je rug strijken en jij gaat uitademen.’ We hebben dit al vaak gedaan en het werkt. Flink uitblazen met de aandacht erbij ontspant het lichaam. Negativiteit overleeft niet in een ontspannen lichaam. ‘Het lukt me niet’ zegt ze meteen en wendt haar ogen af.

Oogcontact vragen
‘Fianne, ik wil dat je me aankijkt. Je voelt je ongelukkig en ik ga je helpen maar dan moet je me aankijken. Anders is er geen contact en ga je je steeds rotter voelen. Kijk me eens aan.’ Ze kijkt me steels aan. Ik glimlach, ze ontspant. ‘Goed zo. Hoe voelt het nu?’ Ze wijst naar haar buik. ‘Niet fijn. Ik heb Schuddebonkebeest’. Zo noemt ze de negatieve energie. En ze kijkt weer weg.

Straight zijn over tegenwerking van de mind
‘Fianne, ik wil je graag helpen zodat je je weer gelukkig voelt maar als je me niet aan kijkt kan ik het niet. We moeten contact maken. Als je geen contact wilt maken kan ik je niet helpen en dan zet ik je neer. Maar als ik je neerzet dan ga je naar de kamer en dan ga je ruzie maken. Dat kan niet. Dus als ik je neerzet en je bent nog zo negatief dan moet je maar even in het halletje wachten tot ik klaar ben met de pannenkoeken. Dan kom ik naar je toe om te kijken of je geholpen wilt worden. Wat wordt het?’ Ze kijkt me aan. Legt dan haar hoofd op mijn schouder.

Jaloezie
‘Tygo is stom’, zegt ze dan en er kringelt verdriet in haar omhoog. ‘Omdat je vindt dat hij je vriendje en vriendinnetje afpakt?’ Ja. ‘Tygo moet weg’. Ik zwijg en streel haar rug. Wat nu. Ik weet het even niet.

Ondertussen staat er een pannenkoek te verbranden. We schieten allebei in de lach en Fianne wil hem wel proeven. Ze is in 1 klap in haar lijf, de negativiteit is weg. Ze eet een stukje en dan vraag ik: “Hoe is het nu in je lijf?’ Het is goed. ‘Ok, dan hebben we het nu over het schoppen tegen de toren. Dat mag niet.’ Ze knikt. ‘En dat deed je omdat je boven wilde spelen.’ Ja. “Dan halen we nu de andere kinderen erbij en lossen we het op.’

Oplossing aanbieden
Omdat we zo moeten eten en we met de tijd zitten, leid ik het gesprek strak en stuur meteen aan op een oplossing. ‘De kinderen willen nu met de Kapla spelen. Vind jij dat ook leuk, Fianne?’ Ja, maar ze wil boven spelen. ‘Fianne wil graag boven spelen met jullie. Vinden jullie dat leuk?’ Ja, maar nu niet. ‘Fianne, als je nu meespeelt met de Kapla, daarna gaan we eten en als dat gedaan is, spelen jullie samen boven. Is dat ok?’
En dat is ok. Ze huppelen weg.

Creatief zijn
Ik roep Tygo bij me en leg hem snel uit dat Fianne jaloers is en zich achtergesteld voelt. ‘Zoals ik bij Jesse wel eens gevoeld heb’, zegt hij. ‘Precies. Wat had je toen gewild dat Jesse zou hebben gedaan?’ Hij staat er even op te voelen.
‘Dat hij met mij zou zijn gaan spelen.’
‘Wat zou er nu gebeuren als jij zou zeggen dat je met Fianne wilt spelen?’
‘Dan willen de kleintjes ook meespelen’ vermoedt hij. Hij kijkt naar de kinderen die wat stuurloos bij de doos met Kapla staan.
‘Dan ga ik nu met Fianne spelen.’ Hij gaat opgewekt de huiskamer in en roept: “Ik wil nu graag met mijn zusje spelen! Fianne, kom je met mij met de Kapla?” Fianne kijkt wat verbaasd en dan blij. Zusje en broertje willen nu ook opeens heel erg graag met Fianne spelen en zo zijn de posities hersteld en speelt het spul tot etenstijd.
Na het eten wordt er afgewassen en dan verdwijnt het drietal naar boven, zoals afgesproken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s