‘Als je krijst, krijg je niet wat je wilt’

2 kopieHet is een stralende dag, hetgeen in deze tijden van chemtrails toch vrij bijzonder is. Nadat we ons sportprogramma hebben afgewerkt, de kinderen hun lessen hebben gedaan en de lunch is verorberd, willen de kinderen graag naar een park aan de andere kant van het dorp. Zij gaan vast, wij volgen later.

Als we er aan komen rent Tygo enthousiast op ons af. Hij heeft kikkers en kikkerdril in de vijver ontdekt. Elke kikker wordt aangewezen met zo mogelijk nog groter enthousiasme als de kikker ervoor. We genieten. We hebben thee en sinaasappels. We nemen plaats in het zonnetje op een  bankje.

Er is een plek in het park met allemaal houten toestellen. De kinderen spelen. Wij kijken liefdevol toe. Dan slaat de bom in. Fianne komt eerst jemmerend, daarna krijsend op me af. ‘Ik wil naar huihuis!’ Ze stort nog net niet ter aarde.

Ik zet haar op een bankje en zeg: ‘Wat is bij ons de regel als je krijst en dramt om iets dat je wilt?’
‘Dan krijg ik niet wat ik wil.’
‘Klopt. En waarom is dat?’
‘Weet ik niehiet..”Dat zal ik je dan nog een keer vertellen. Als iemand krijst dan doet dat zeer aan de oren. Klopt dat?’
‘Weet ik niet’.
‘Als ik tegen jou krijs, is dat dan fijn voor jou en je lichaam?’
‘Nee’.
‘Goed. Als jij krijst is dat ook niet fijn voor mij en ook niet fijn voor mijn lichaam. Voelt het fijn om krijsen? Voelt het fijn in je lichaam als je krijst?’
‘Nee’.

‘Ik wil heel heel graag weten wat je wilt. Als jij iets wilt kun je me dat altijd vertellen en dan kijken we of wat jij wilt, ook kan. Als het kan krijg je het. Zo simpel is dat. Als het niet kan krijg je het niet. Zo gaat dat in het leven. Soms krijg je je zin. Soms niet. Als je iets wilt en je geeft dat schreeuwend en krijsend aan, dan krijg je het niet. Zo doen we dat hier niet. Dat kan niet. Dan zouden we hier de hele dag met zijn allen staan schreeuwen en krijsen. Zou dat liefdevol zijn?’
‘Nee’.
‘Ok. Daarom stop je nu met krijsen  en ga je praten. Kun je nu praten of heb je nog teveel schuddebonkebeest?’

Fianne is in de tussentijd door ons contact en ons praatje ontspannen en leunt tegen me aan. ‘Ik kan wel praten nu, mama’.

‘Fijn. Wat was het dat je wilde? Ik hoorde dat je naar huis wilde.’
‘Nee. Ik wil niet naar huis. Ik wil hier blijven. Het is hier fijn.’

En weg is ze. Op een holletje naar haar broer die zijn vader vol enthousiasme alle ‘hutten’ toont: de struiken waarmee het hele park is gevuld.

Haal je kind altijd uit het donker.
Het verdient het licht.

En het kan het niet op eigen kracht.

Wij moeten hen dat leren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s