Het taboe in opvoedland

DSCF4362‘In elk gezin is wat’, schouderophaalt de vorige generatie opvoeders. ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’. Dat was ook zo’n zin die hoorde bij het opvoedklimaat van toen. Ik herinner me zelfs dat in ‘mijn tijd’ een leraar ongestraft met een liniaal snoeihard op de vingers van een schoolkind mocht slaan. De pedagogische tik.

In dit artikel wil ik het niet hebben over de pedagogische tik, noch over de strafbaarheid ervan, de voors, noch de tegens. Ik wil het hebben over het feit dat veel ouders meemaken dat zij op een dag iets hebben gedaan waar ze intens spijt van hebben. Iets, waarvan ze hadden gezworen: ‘dat ga ik nooit doen met mijn kind’.

En dan is daar die dag dat het toch gebeurt. Of iets dat er op lijkt. Niks pedagogisch. Gewoon, opeens, bam, onbedoeld, pijnlijk. Voor het kind. Voor de ouder. Overgenomen door de mind. Over dat verschijnsel wil ik het hier hebben. En over het taboe dat er op ligt.

Je hebt geschreeuwd. Je hebt geslagen. Je hebt net te hard in dat armpje geknepen. Je hebt dat oorlelletje iets te ver uitgerekt. Je hebt haat gevoeld, kilte of je zag dat iets in je heimelijk lachte toen het kind zich bezeerde. Je moet toegeven dat je blij bent als je kind het pand heeft verlaten. En iets in je wenst dat het nooit meer terug komt. Je walgt van je kind en hebt moeite het aan te raken. Je ontwijkt oogcontact en schiet snel uit. Iets. Een keer. Meerdere keren. Whatever. Ik weet dat ouders hier in stilte om lijden.

Ik ontving een brief van een moeder die ik met toestemming en wat wijzigingen hier plaats.

De ochtend begint afschuwelijk. De kinderen zitten niet goed in hun lijf en de ruzies om niks volgen elkaar in hoog tempo op. Ik ben geïrriteerd. Negatieve gedachten komen in me op. Ik heb weinig verweer. Ik ben moe. Ik heb geen zin. Ik weet mijn kalmte te bewaren en stuur de kinderen naar hun kamer. Ik maak popcorn en haal ze weer naar beneden.

De kinderen gaan buiten. Voor ik het weet staat mijn zoontje in de tuin te schelden. ‘Houd je kop’, hoor ik hem schreeuwen. Ik haal hem binnen. Hij begint te gillen en te schoppen. Ik word woest en ga de kamer uit om te kalmeren. Binnen hoor ik iets breken. Ik ga naar binnen en zie mijn zoontje met de helft van mijn lievelingsvaas in zijn hand.

Er knapt iets in me. Ik sla hem. Ik sla een keer. Ik sla hard op zijn billen. Dan duw ik hem op de bank en stuif de kamer uit omdat ik voel dat iets in me na die klap alleen nog maar door wil slaan. Iets, dat zich af wil reageren, dat wil slaan tot ik verdwijn in het niks. Dat alles ophoudt, al dat ongeluk. Dat gegil en geschop. Dat ik het nooit meer hoef mee te maken. Als ik dit opschrijf, het is erg, maar dan voel ik het weer.
Maar ik schaam me ook. Ik schaam me zo ontzettend dat ik er geen woorden voor heb. Ik weet niet hoe hier mee om te gaan. Ik durf er met niemand over te spreken. Straks sturen ze het AMK op me af. Dat gebeurt, dat weet ik. Ik weet niet naar wie toe te gaan. Ik dacht aan jou. Ik loop er mee rond en weet niet wat te doen.

Weet je wat het ergste is? Dat ik het iedere keer weer voor me zie, als ik mijn zoontje zie. Ik raak er gespannen van. Ik ben bang dat het weer gebeurt. Ik vertrouw mezelf niet meer. Wat moet ik doen? Heb je een tip?”

Het is niet de gebeurtenis, de te betreuren gebeurtenis waarvan je wenste dat het nooit gebeurd zou zijn, maar de schaamte en de schuld die de liefde doven in de ouder. Het is deze schuld en schaamte die zorgen dat er geen wezenlijk herstel kan plaatsvinden in de ouder en van daaruit naar het kind. De ouder sloeg omdat hij werd overgenomen door de mind. Hij was letterlijk niet meer bij zinnen; niet meer in contact met zijn essentie. Nu staat opnieuw een reactie van de mind tussen de ouder en het kind. Eerst was het de woede. Nu de schuld en de schaamte.

Er zijn vele tips hoe met een dergelijke toestand om te gaan maar de eerste stap is dat de ouder ontspannen raakt en met bewustzijn kijkt naar de waarheid: ‘Ik heb mijn kind geslagen en dat had ik niet mogen doen’.

Als dat wezenlijk gezien wordt zal er in het lichaam van de ouder een ontspanning komen, een helderheid, een warmte zelfs. De waarheid bevrijdt. Pas als dit is ervaren hebben volgende stappen zin.

Zie eerst het feit onder ogen. In de volgende post zal ik mijn eerste moment dat ik de waarheid, het feit onder ogen zag, beschrijven.

Eugenie

Advertenties

One thought on “Het taboe in opvoedland

  1. Pingback: Nooit meer boos op je kind | Freeskool Nederland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s