Het kleedje

-1In mijn vorige artikel beschreef ik een van de vele manieren waarop je kleine kinderen uit hun negativiteit kunt krijgen. Als je dit onderwerp diepgaand wilt belezen en bestuderen kun je ons boek lezen, waar ontzettend veel voorbeelden in staan, voor verschillende leeftijden met de bijbehorende verschillende bewustzijnsstadia.

Hier geef ik een manier waarop je een gesprek simpel en effectief kunt begeleiden tussen twee kinderen die uit hun negativiteit zijn.

Het is ook een simpele en effectieve manier voor volwassenen. Als die tenminste niet op min 100 in hun relatie zitten. Er is enige harmonie voor deze oefening vereist.

Leg het voor je, op het kleedje
We werken hier in huis met een kleedje. Het kleedje is een bestaande stoffen placemat van de een of de andere huishoudwinkel, ooit ergens aangeschaft. Het idee is gejat van de indianen. Die werkten met de spreekstok. Wij hebben zo’n ding laten maken, ook ooit ergens door iemand, maar nooit gebruikt. Hij was te mooi, vonden we. Hij hangt onder een door mijn vader met de hand gegoten ornament.

Het idee van de spreekstok, dan wel het kleedje is simpel.

Oogcontact
Er moet altijd oogcontact gemaakt worden. De begeleider let erop dat dit gebeurt en als dat niet zo is, dat dit aan de orde wordt gesteld.

1. Degene met het kleedje heeft spreekrecht: hij vertelt concreet wat ie wil.
De begeleidende volwassene helpt het concreet te maken.
‘Ik wil erbij horen’. wordt dan bijvoorbeeld: ‘Ik wil graag dat je me vraagt of ik mee kom spelen’. Concreet betekent dat er een actie aan verbonden kan worden.

2. Als de spreker klaar is, geeft ie het kleedje aan de ander. Die geeft dan in zijn eigen woorden terug wat ie gehoord heeft wat de spreker concreet wil. En checkt bij de spreker of ie het zo goed heeft verwoord. Als dat zo is, kun je door. Als dat niet zo is moet het verder uitgediept worden.

3. De tweede spreker legt zijn wensen op  het kleedje. Als de spreker klaar is met spreken geeft hij het kleedje aan de ander.

4. De ander geeft in eigen woorden terug wat ie heeft gehoord. ‘Ik hoor dat je zegt je …’

5. Daarna, als ieder zich gehoord weet, is de uitnodiging aan spreker 1 te komen met een voorstel dat de ander blij maakt en waar hij zelf ook tevreden mee kan zijn. Het accent ligt op geven aan de ander zonder dat je jezelf wegcijfert.

6. Vervolgens wordt aan de ander dezelfde uitnodiging gedaan.

Door op deze manier te werken help je de kinderen zichzelf te trainen zich in de ander in te leven, zonder zichzelf te veronachtzamen.

Wie het kleedje heeft, heeft de tijd om te spreken. Wie het kleedje niet heeft, is open, luistert en geeft terug.

Eugenie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s