En ik tel tot drie…

-4 Toen ik nog geen kinderen had paste ik wel eens op andermans kinderen. Als de kinderen werden opgehaald was het vaak gedoe. Ze wilden niet mee, begonnen ineens te krijsen om drinken, konden hun schoenen ineens niet meer zelf aantrekken. Stomverwonderd kon ik daar naar staan te kijken. Wat was er ineens met die kids? Volkomen maf wat zich aan mijn blik voltrok. Ook de ouders begonnen spastisch te doen. Dreigementen, druk uitoefenen en het eeuwige: ‘Ik tel tot drie’. Soms hielp dat, soms moesten ze wel tig keer tot drie tellen.

Ik begreep dat tot drie tellen niet. Wat kwam er na de drie? Daar werd nooit over gesproken. Ik vond het een stomme opvoedkundige truc die ik nooit zou toepassen.

En toch hoor ik het mezelf nu af en toe ook zeggen. Fianne die compleet uit haar schaal gaat om niets. Ze wordt gegrepen door haar mind en wordt de hel in gesleurd. Ik confronteer de negativiteit van de mind en ga daar onder door, naar Fianne toe. ‘Ik wil dat je gaat zitten.’ Ik ben volkomen kalm, heb de situatie volledig in het vizier en doe wat nodig is in dat moment. Er is geen agressie in me, geen mind, niets. Mijn lichaam stroomt en is open, zo ook mijn hart. Ik doe precies wat nodig is zonder er een seconde over na te denken. De kracht van het hart, van de liefde, is ingezet en brengt dit tot een goed einde.

Ze schreeuwt dat ze het niet kan. ‘Ik kan niet zitten!!’ De waanzin van de op hol geslagen mind toont zich. Geen enkele rimpeling in mijn binnenste. Alles blijft kalm en open en liefdevol in me. De liefde heeft het al gewonnen, het hoeft alleen nog de manifestatie in te komen. ‘Ik zie dat je overgenomen bent door ongelukkig zijn. Je kunt niet meer doen wat goed voor je is. Ik ga je eruit halen en dan praten we verder. Je gaat nu zitten en je krijgt drie tellen om dat te doen. Een, twee, drie.’

Bij de twee zit ze. Ze ontwijkt mijn ogen nog, ze is nog niet stromend. Haar voeten beginnen te schoppen. ‘Je stopt met schoppen en gaat uit ademen. Je krijgt drie tellen om dat te doen. Een, twee, drie’.

Ze stopt met schoppen en kijkt me aan. De waanzin is geweken. Fianne is weer terug in haar ogen. Ze kijkt me vol aan. Meteen is er warm contact tussen haar en mij. Haar lichaam kalmeert nog meer. ‘Hoe is het nu?’ vraag ik. Ze knikt en zucht. ‘Beter, fijn’.

Ik strek mijn handen uit zonder het oogcontact te verbreken. Ze legt meteen haar handjes n die van mij. ‘Ik heb 1,2,3 gezegd, he?’, vraag ik. Ze knikt. ‘Wat gebeurt er in je lichaam als je 1,2,3 hoort?’

‘Dan verdwijnt het rotgevoel,’ zegt ze. Ik ben verwonderd. Dat 1,2,3 brengt haar bij haar zinnen.. hoe kan dat? Ik herinner me nog levendig mijn allergie op dat getel. Ik vond het vroeger onderdrukkend. Dan brak je een kind.. Ik associeerde het altijd met angst maar ik zie geen enkele angst bij haar. Ze gaat er werkelijk van open. Hoe kan dat?

Ik ben stil van binnen. Ik wil weten hoe het zit. En dan zie ik het. Het tellen wordt door het kind als een opdracht gezien en ervaren. Het is geen bedreiging, het is een praktische opdracht. Ik kan voelen hoe de energie samenpakt en zij weer terug komt in haar lichaam. Maar dat is het niet alleen. Het is de combinatie van mijn totale aanwezigheid, het zien wat er met haar gebeurt, mijn liefde haar eruit te halen en met het tellen geef ik haar een tool, een begrenzing aan waarbinnen ze daar zelf aan kan bijdragen.

Tot drie tellen vanuit agressie heeft dit effect niet. Ik heb angstige kinderen gezien die begonnen te rennen uit angst voor straf. Die kinderen werden niet open en rustig. En dat is de toetssteen; wordt het kind er rustig en open van? Keert de liefde terug.

Het gaat dus niet om trucs maar om power. Het kind een handvat bieden om zichzelf te helpen eruit te komen. Tot drie tellen kan zo’n handvat zijn, als het juist gebruikt wordt. En juist is vanuit het hart, vanuit de power.

Het leven kiepert vervolgens een paar situaties mijn leven in met andermans kinderen. Mijn hulp wordt ingeroepen. Ik beweeg me vanuit de stilte de situatie in waar ik kinderen aantref die overgenomen zijn door de mind. Geschreeuw, gegil, getrap, gekronkel. Ik spreek ze rustig aan, vertel wat ik van ze wil en geef de begrenzing van drie tellen. Bij allemaal gebeurt steeds hetzelfde als bij Fianne: met een noodklap zijn de kinderen terug in hun lichaam. Ik moet er echt diep in voelen, zo nieuw is dit voor me. Het is niet de truc maar de power.

En toch is dat niet helemaal wat het is. ‘Ik tel tot drie en dan heb je je bord naar de keuken gebracht’ geeft een energie die veel compacter is en meer aanstuurt dan: ‘Ik wil dat je je bord naar de keuken brengt’.

Het tellen heeft dus een functie. Het is voor het eerst dat ik voel dat het tellen op deze manier een gezonde functie heeft. Met een werking op de kinderen die hen opent!

Zo zie je maar… Als je god wilt laten lachen, moet je ‘nooit’ zeggen…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s