De dood en het kind (2)

DSCN0046 kopieBe still thy soul

Het verhaal van Anna Fiona

Haar komst, haar leven en haar dood

De dood en mijn kind

Al ver voor haar komst weten wij dat er een meisje komt. We weten niet wanneer, we weten niet hoe het komt dat we het weten maar dát ze zou komen was voor ieder van ons een gegeven.

Hoewel ik op een diep niveau weet dat ze komt, dat ik weer door de cyclus van liefhebben, vrijen, zwangerschap en geboorte heen zal gaan, voel ik dat er iets is. Ik kan er de vinger niet opleggen..

‘We krijgen een kindje erbij, Tygo’.
‘Leuk, maar als ze geboren is, is ze dood’, zegt Tygo rustig en open. Hij speelt weer door. Geen probleem. Als ze geboren wordt is ze dood.

Vanaf het moment dat ik zwanger ben voel ik zwaarte en depressie. Ik ben hoogst verbaasd. Bij alle zwangerschappen kon ik meteen de essentie van de ziel voelen. Bij Jesse die enorme lichtheid, die enorme hoeveelheid energie. Bij Tygo dat stabiele, rustige. En nu dit. Wat voor kind krijg ik? Ik probeer het van me af te zetten maar het lukt niet. De kracht is aanzienlijk en gaat steeds meer over in de mijne. Na een tijd denk ik dat ik negatief en depressief ben.

Het valt me rond de twintigste week op dat mijn buik vergeleken bij de zwangerschappen van de jongens zo klein blijft. Een mooie, ronde, bescheiden buik. Ik zoek op het internet ‘te weinig vruchtwater’ en “intra-uteriene groeiachterstand”. Ik zoek naar wat men als oplossingen kan bieden. Ik contact mijn internationale Unassisted Childbirth community. Kom tot de conclusie dat áls dit aan de orde is, het reguliere niets anders te bieden heeft dan vervroegd in te leiden. En als er afwijkingen zijn, loop ik het risico dat men mij aanbiedt de zwangerschap af te breken, zoals men dat met zulke mooie woorden benoemt. Ik google nog eens op abortus een word onpasselijk.

Ik voel diep op het onderwerp ‘gehandicapt kindje’. Zou ik een kindje met afwijkingen willen? Er voor open kunnen staan? Ik voel meteen dat dat écht iets is dat ik niet wil. Hoe hard dat misschien ook mag zijn of klinken… ik voel oprecht dat ik dat niet wil. Echt niet. Niet in deze wereld.. Ik schrik er van als ik me realiseer dat de baby al dit soort gedachten en gevoelens van mij natuurlijk kan ‘horen’. Ik probeer het te verzachten maar dat lukt niet. Ik ben werkelijk in waarheid als ik zeg dat ik liever heb dat ze dan gaat, als ze zware afwijkingen heeft. Ik zeg het hardop om te proeven, te voelen of het echt zo is. “Als je zwaar gehandicapt bent, ga dan alsjeblieft terug.” Ik voel rust als ik het erken dat dat zo in me leeft. Ik laat het onderwerp verder los. Als ze wel komt en ze is gehandicapped, zullen we haar met liefde ontvangen. Abortus is out of the question.

Week 37. We hebben de hele ochtend met elkaar aan het huis gewerkt als ik mezelf opeens hoor zeggen tegen Jan dat ik in bad ga om te kijken of de baby nog leeft. Er is opeens een drang in me, ik ga naar boven en laat het bad vollopen. Op het moment dat ik mijn voet in het water steek weet ik het.

Ze is dood.

Het blijft nog even kalm in me. Ik ga in het water liggen, op mijn rug. Leg mijn handen op mijn buik en tik. Geen reactie. Ik duw. Geen reactie. Ik duw harder. Niets. Stil. Doodstil. Ik roep Jan. “De baby is dood”. Zei ik dat? Wie sprak daar? Wie zei dat?? Er stijgt een stille, ijzingwekkende schreeuw in me op.. De wereld schuift onder me weg. “Het is niet waar”, probeer ik nog maar als ik de woorden denk voel ik dat er geen ontsnappen aan is. Dit is geen boze droom waar ik zo uit wakker word. Dit is de keiharde waarheid. Mijn gevoel is duidelijk. Geen twijfel aan.

Ik kom uit bad. Ze is weg. Ze is dood. Ik weet het en kan het niet geloven. Maar ik moet het wel geloven. Ik wil het geloven. Ik wil het niet geloven. Dit is absurd. Dit is niet waar. Het is wel waar. Het is godgloeiende echt waar! Ik wil de waarheid in het gezicht zien. Ik wil helemaal niets zien.. Ik wil weg uit deze gestoorde klucht.. Ik wil de waarheid… Zelfs deze waarheid. Ze is dood. De zwangerschap is over. Geen bevalling met als resultaat een roze baby. Ze is weg, dood.. weg.. ze is WEG!!!

Ik barst in huilen uit. Het huilen komt van diep binnenin. Ik heb nog nooit van mijn leven zo gehuild.. als meegesleurd door een waterval verdwijn ik er in, ondergedompeld ieder besef van tijd verdwenen.. laat mij eeuwig verdwijnen.. ik kan dit niet aan..waar is de grond onder mijn voeten.. ik val.. dieper en dieper… laat mij vergaan.. laat mij vergaan.. Mijn kindje.. mijn kindje.. ik moet terug naar de oppervlakte.. mijn andere kinderen.. Jan.. Mijn god, dit is zo niet te bevatten… Ik draag een dood kind… de dood is in mijn levende lichaam.. En het huilen spoelt maar door… mijn wereld vergaat tot niets..

Ik krabbel mezelf terug de wereld in.. wil ineens bevestiging. Waarom weet ik niet. Hoop toch dat we het allemaal verkeerd voelen en zien. Bereid alles wat ik geleerd heb en weet, op de schroothoop te gooien. Als zij maar leeft. Ik voel de wanhoop onder deze actie. Misschien kan een doptone haar nog levend maken. Oh, mijn god, wat een waanzin!! Een doptone.. Ze is dood. Geen doptone zal ooit haar hartslag nog laten horen. Geen doptone zal haar tot leven wekken. Ik breek in duizend stukken.

Ik huil weer. Ik huil zoals nooit tevoren.. Het huilen is als een zalf, het spoelt mijn moederhart en mijn ingewanden. Ik hou mijn buik vast met mijn dode kindje erin. Ik streel haar zoals ik talloze malen deed. Dit is huilen vanuit being.. het heelt, het spoelt, het zalft en het is niet te stoppen.. ik ben verwonderd dat huilen zo godzalig heerlijk kan zijn. Ik huil non stop, uren achtereen… Soms gaat iemand achter me zitten en houdt me vast.. ik krijg eten en drinken toegeschoven en voor de rest is er niets, niets dan dat immense huilen.. Onder dat huilen opent zich een diep gevoel van thuis zijn..van vrede.. van heel zijn..

Er zijn zoveel lagen tegelijkertijd wakker in me. Ik ben door het huilen vanuit mijn hart ontzettend gelukkig. En ik ben diep, diep bedroefd, op een stromende manier, dat mijn baby dood is.

De bevalling.. Ik ben bang voor de bevalling. Ik ben érg bang voor de bevalling. Als ik een harde buik krijg slaat er een verlamming door mijn borstkas en ik verstijf. Ik kan het niet… ik kan het niet..

De confrontatie met de dood, die plaats heeft genomen ónder mijn eigen hart, is té erg. Ik ben gebouwd om het leven onder mijn hart mijn hart in te voelen groeien.. te voelen kloppen.. En nu huist daar ineens, in plaats van dat zoete, dat heilige nieuwe leven de stilte, de peilloze stilte van de dood… de dood..het grote niets..

Er bestaan maar twee reacties op: óf je opent je volledig voor deze dimensie en vindt de bevrijding. Of je sluit je en laat je kind uit je lichaam rammen met kunstmatige stoffen die je baarmoeder aan het werk dwingen. Of ontspanning. Of geweld. Een middenweg lijkt er niet te zijn. Bevrijding. Of terug naar af. Ik voel mij verpletterd.. Ik ben compleet verloren.. zal de weg naar huis nooit meer vinden..

Ik ga onder de douche en daar welt in mij op een lied voor mijn kind. Eerst zijn het klanken, zo zacht dat ik er zelf verwonderd over ben en dan woorden die ik al weer vergeten ben. Ik voel de baby. Weer die warme gele gloed die dichterbij komt, die zij is en woordeloos vraag ik hoe ik het moet doen.. ik kan maar geen gevoel krijgen met het eruit werken van een dood lichaam… Ik voel geen uitreiken, geen verlangen naar ontmoeting, zoals ik met een levende baby zou voelen. Bij elke wee komt de dood dichter naar me toe. Ik gruwel van het idee. Ik huiver van afweer.

Ik raak in paniek bij het idee dat ik al die weeën, hoeveel zijn het er eigenlijk bij een bevalling, zou moeten verdragen in het besef dat iets levenloos op me afkomt. Ik kan het niet. Bij het idee trek ik me volledig terug in mezelf. Weerzinwekkend.. Onder de douche kan ik volledig leeg worden en daar, zittende op de tegels, met het water over me heen kletterend, komt die glimlachende energie. Daar is ze.. Mijn Anna.. Anna zegt me op een bijna vrolijke toon, opgewekt, dat zij haar lichaam nodig heeft om verder te kunnen. De draden tussen mij en het lichaam van de baby moeten verbroken, anders kan ze niet verder. En ze wil verder. En ze wil ook dat ik verder ga. Ze wil dat ik haar vrijmaak. Haar bevrijdt.

Mijn hele energie verandert van bang naar licht. Hier kan ik mee leven. Ik ga mijn baby bevrijden. Ik geef haar de vrijheid. Iets mooiers bestaat er toch niet, dat ik mijn kindje de vrijheid kan geven… Iets mooiers bestaat er niet als moeder zijnde. Je eigen kind de vrijheid geven. Ik ga de douche uit naar Jan en vertel het hem en hij krijgt ook een grote rust over zich. Ben hem dankbaar dat hij me zei met Anna te gaan praten over mijn weerzin tegen de bevalling. Lieve Jan. Wat een man.

Daarna beginnen langzaam de weeën. Ik ben niet meer bang voor ze. Als er eentje aan komt rollen, ga ik er met een warme aandacht naartoe en kruip er zo dicht mogelijk, ontspannen ademend tegenaan. Het is alsof ik met een innerlijk oog naar binnen kan kijken. Ik zie aan de onderkant van mijn baarmoeder het samenknijpen en ik voel wat een warmte dat geeft. Als ik mijn hand op de plek van de wee leg, stroomt die warmte meteen uit naar mijn benen en buik. Als het zo blijft, kan ik het wel aan. Ik ontspan er in, ze voelen lekker. Ik voel hoe de energie onderin mijn baarmoeder mijn hele bekkenbodem verwarmt. Heerlijk gevoel. Ik heet elke wee welkom, zo fijn voelen ze. Tot een uur of vijf in de nacht blijven de weeën me aanraken. Soms donderen ze drie achter elkaar over me heen, dan gaat er weer een lange tijd overheen voordat er zich eentje aandient. Ik kuier door de kamer, lig op de bank. Ben diep naar binnen gevallen. Om een uur of zes beginnen de weeën up tempo te worden. Het duurt nog een tijd voordat ik werkelijk bewust besef dat ik aan het bevallen ben. Ik voel me zo godvergeten heel… absurd… zo ontzettend heel en vrouw.. Die weeën zijn lekker warm. Als ik er eentje aan voel komen ontspan ik me diep, zoals ik me vroeger als kind ontspannen zonder iets te doen, in een golf van de zee kon werpen. En als de wee dan aanzwelt is het nog meer armen spreiden en me mee laten slepen. En dan langzaam ontspant het weer en kom ik weer boven de golf uit. Zalig. Daardoor voel ik me in mijn hele lichaam gelukkig. Bevallen is goddelijk.

Tussen de weeën door slaap ik een half wakkere slaap. Na een tijd verandert de energie. God, wat heb ik er opeens genoeg van. Het lijkt of haar hoofdje van binnen alles bij me kapot schuurt. Ik voel haar millimeter voor millimeter komen. Ik voel hoe iedere wee mij opent. Een waanzinnig gevoel. En dan komt er plotsklaps een diepe diepe grom, ik kom instinctief omhoog.

Mijn lichaam komt zonder dat ik iets doe uit de liggende houding overeind en ik kom op mijn knieën terecht. Ik doe niets. Ik volg alleen maar. Ik kijk toe hoe mijn lichaam beweegt en handelt. Ik hoor hoe ik Jan vraag het badkamerraam te sluiten. Ik buig mijn hoofd en alles is stil. “Stilte voor de storm”, denk ik en word daarna meegenomen in diepe, zachte oergrommen. Ik voel haar zakken in mijn geboortekanaal en voel met mijn hand. Haar hoofd is er half uit en ik moet gas terugnemen om te voelen of mijn perineum soepel genoeg is.

Dat is het en met de volgende grom ga ik mee de diepte in en haal haar met me mee naar boven. Daar is ze. Ze glijdt op haar zij uit me, beentjes meteen omhoog, armpjes voor haar borst. Ze is achter me neergekomen en ik klim terug naar het begin van het bad zodat ze uiteindelijk tussen mijn benen ligt en ik naar haar kan kijken. Ze is al verkleurd. Haar huid is vol met plekken en ziet er vreemd uit. Rommelig, onder de vernix lijkt het en er lijken een soort blazen op haar te zitten. Roze blazen. “ Mijn god, ze heeft een afwijking”, hoor ik mezelf zeggen. Het is alsof iemand anders het zegt, het geluid komt van ver. Ik kijk naar haar en iets in mij deinst achteruit. “Het zal de dood wel zijn”, denk ik maar zo voelt het niet. Het is iets anders. Iets, waar ik geen woorden voor heb. Ik laat haar liggen op de bodem van het bad, in het warme water en begin haar voorzichtig schoon te maken. De vliezen zitten voor een groot deel nog om haar heen en ik haal ze zachtjes weg. Het koord is vrij kort. Ik kan haar niet tegen mijn borst aan leggen want dat haalt ze niet eens.

Ik maak haar voorzichtig schoon. De vliezen, het bloed. Ik verricht mijn werk met de grootste zorg. Ik beweeg haar voorzichtig heen en weer, til haar breekbare hoofdje op, schrik weer van het gezichtje. Ik durf haar niet op te tillen, bang dat ze in stukken uiteen valt.

Ik wikkel haar in doeken..

040Als ze geboren wordt is ze dood..

 034Mijn zusje..

033 kopieEn maar kijken en kijken..

Anna 20Daar ga je, lieve schat

Anna 22Het is niet waar.. Het is niet waar..

Anna 24Ik breek… Ik kan het niet.. Ik kan je niet aan de aarde geven..

Anna 25Nog een laatste aanraking.. mijn lieve dochtertje.. mijn meisie..

Anna 27

Een laatste familiehug

Anna 33

In ons zelfgegraven grafje onder de wortel van een boom

Anna 54

Nu is alles stil

Anna kaart

Epiloog
Anna heeft nooit een gevoel van gemis achtergelaten in mij of in mijn gezin. Zij was er gewoon volledig toen zij er was.. en toen zij vertrok trok zij een spoor van liefde en waarheid in ons wezen.. Wij werden een… Zij plaatste zich in mijn hart bij haar komst en schreef haar naam en wezen in de mijne bij haar vertrek. Ik heb nooit meer om haar gehuild nadat de laatste schep aarde op haar graf kwam.

Mijn ervaring is dat er verlies is, hartverscheurend verlies waar intens, intens huilen bij komt kijken. Door dat huilen, dat volledig open is, werd ik een.. Even een met mezelf, een met mijn dochter… en dus heel even een met het leven.. Als ik bij het graf van Anna sta is er alleen liefde.

 

 

 

 

Advertenties

One thought on “De dood en het kind (2)

  1. Pingback: De trucs van de mind | Freeskool Nederland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s